Koorgestoelte

Het koorgestoelte werd omstreeks 1430 vervaardigd voor een groep clerici, de confraternitas chori die instond voor de kerkdiensten en koorofficies. Pas in 1501 bood het koorgestoelte plaats aan een kapittel van kanunniken.

Het koorgestoelte bestaat uit een dubbele rij zitplaatsen aan weerszijden van het koor. Vooral de zittertjes of misericordiae onderaan de opklapbare zitbanken trekken de aandacht. Het zijn kleine gesculpteerde kunstwerkjes met taferelen uit het dagelijks leven in de middeleeuwen, afgewisseld met Bijbelse voorstellingen en bladornamentiek.

Naar aanleiding van het dertiende kapittel van het Gulden Vlies in 1478 werden boven de bovenste rijen de wapenborden van de ridders van de Orde aangebracht. Karel de Stoute, als hertog van Bourgondië hoofd van de Orde, sneuvelde in 1477 te Nancy en liet enkel een dochter na, Maria van Bourgondië.

Bovendien waren er nog meer ridders gesneuveld of overleden sinds het laatste kapittel te Valenciennes in 1473; hun wapen is niet voorzien van een helm, maar hangt aan een lint en heeft het opschrift “trespassé” (overleden). De echtgenoot van hertogin Maria, aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, werd tijdens het kapittel van 1478 aangesteld als nieuw hoofd en Souverein van de Orde.

Dit koorgestoelte is niet alleen van historisch maar ook van artistiek belang. Het is ongetwijfeld één van de best bewaarde voorbeelden van laatgotische toegepaste beeldhouwkunst in de Lage Landen.