Passieretabel

Het Passieretabel bestaat uit vijf laatgotische retabelfragmenten. In het hoger uitgewerkt middengedeelte staat zoals gewoonlijk de Kruisiging centraal. We zien een traditioneel weergegeven calvarie met het kruis van Christus tussen deze van de twee moordenaars.

Aan de voet van de kruisen staan soldaten, bijna allemaal te paard, Maria, Johannes die Maria ondersteunt en de drie Heilige Vrouwen. In de twee linkervakken zijn de Geseling en de Kruisdraging met Veronica weergegeven. De rechtervakken bevatten de Kruisafneming en de Graflegging.

De neogotische kast en de zijluiken (1894) zijn vervaardigd door Louis Beyaert en stellen engelen met passie-instrumenten voor naast taferelen uit het lijdensverhaal: links Christus voor Pilatus en rechts de Kruisdraging.

Het Passieretabel is afkomstig uit de vroegere Sint-Donaaskathedraal. Sinds 1815/16 bevindt het zich in de Sint-Salvatorskathedraal.

Retabels waren in de late middeleeuwen belangrijke kerkelijk meubelen. Opgesteld op het altaar toonden ze door middel van kleine gebeeldhouwde taferelen fragmenten uit het lijdensverhaal of uit heiligenlevens. Door hun omvang waren het interessante opdrachten voor een hele groep kunstenaars en ambachtslui. Verschillende disciplines werkten hiervoor samen: beeldsnijders voor de beelden, schilders voor de polychromie en schrijnwerkers voor de kast.

In het midden van de 15de eeuw was de retabelproductie geconcentreerd in drie Brabantse steden: Brussel, Antwerpen en Mechelen. Het Passieretabel uit de Sint-Salvatorskathedraal is Brussels werk.