Schrijn van Sint-Elooi

Centraal op de nok van het zilveren schrijn staat de wereldbol met een kruisje, symbool van de Salvator Mundi. Links en rechts vinden we de vier evangelisten terug samen met Maria en Sint-Elooi. Aan de onderzijde van het dak, op een opengewerkte fries staan aan de ene kant de vier Westerse kerkleraars (Ambrosius, Hieronymus, Augustinus en Gregorius de Grote); aan de andere zijde de vier Oosterse (Basilius, Johannes Chrysostomos, Gregorius van Nazianze en Gregorius van Nyssa).

Op de hoeken zien we bazuinende engelen en in het midden engelen die kronen voor de heiligen aandragen. De zijkanten van het schrijn beslaan aan de lange zijden zes bogen met in iedere boog een apostel met zijn naam en attribuut. De korte zijden tonen de zegenende Christus en Sint-Elooi.

Het schrijn werd ontworpen om de relieken van Sint-Elooi, die tijdens de Beeldenstorm verstopt werden bij pastoor Pieter de Cuenynck, in onder te brengen. Dit gebeurde op 28 mei 1613 door de Brugse bisschop Karel-Filips de Rodoan.

Volgens de legende zou Sint-Elooi de stichter van Sint-Salvators zijn wat historisch gezien onjuist is. Hij zou wel Snellegem gesticht hebben van waaruit later Sint-Salvators ontstond. Hij is hierdoor de tweede patroonheilige van de kerk.