Wandtapijtenreeks “Het Leven van Christus”

De wandtapijtenreeks “Het Leven van Christus” bestaat uit acht wandtapijten die geweven werden in de ateliers van Jasper Van der Borcht (Brussel, ca. 1730). Elk tapijt geeft een tafereel weer uit het leven van Christus: Aanbidding van de Herders, Christus bij de Schriftgeleerden, Bruiloft van Kana, De Wonderbare Visvangst, Christus bij Simon de Farizeeër, De intocht in Jeruzalem, De Kruisdraging en de Verrijzenis van Christus.

De tapijten zijn geweven in een overgangsstijl tussen Barok en Classicisme. Het coloriet is helder en zacht tegen een grijze of grijsgroene achtergrond in tegenstelling tot de geschilderde modellen (kartons) die eerder hard en donker zijn. Deze modellen werden geschilderd door de Brusselse schilder Jan Van Orley (1665-1735), of door zijn broer Richard (1663-1732) en bevinden zich eveneens in de Sint-Salvatorskathedraal.

Omwille van de weeftechniek zijn de voorstellingen op de tapijten in spiegelbeeld ten opzichte van de schilderijen. De wandtapijten zijn ook iets groter omdat ze omgeven zijn door een geweven decoratieve boord als nabootsing van een schilderijlijst. In de boord bovenaan prijkt het wapen van bisschop van Susteren afgedekt met een bisschopshoed. Onderaan een cartouche met zijn kenspreuk “Ut prosim” (opdat ik nuttig weze).

Hendrik-Jozef van Susteren (1668-1742) werd in 1714 de veertiende bisschop van Brugge en liet deze reeks (zowel de schilderijen als de wandtapijten) maken voor de toenmalige Sint-Donaaskathedraal. Daar hingen de geschilderde modellen in het hoogkoor. Alleen op de hoogdagen werden de wandtapijten ervoor gehangen. Na de Franse overheersing verhuisde het geheel naar Sint-Salvators.

Deze reeks is een voorbeeld van de Vlaamse wandtapijtkunst die in Brussel met het atelier van Jaspar Van der Borcht haar laatste bloei kende.