© Roland De Groote
© Kerkfotografie
© Kerkfotografie
© Kerkfotografie
© Kerkfotografie
© Kerkfotografie
© Kerkfotografie
© Kerkfotografie

Vroegste geschiedenis

De Sint-Salvatorskerk wordt de oudste kerk van Brugge genoemd met een geschiedenis die ver teruggaat in de tijd. Volgens de traditie bouwde Sint-Elooi omstreeks 646 een kapel. De oudst bewaarde schriftelijke vermelding dateert van 988 en vanaf 1086 is er sprake van een parochiekerk.

Na een brand in 1116 begon in 1127 de bouw van een omvangrijke Romaanse kerk, die door een nieuwe brand in 1166 werd verwoest. De onderbouw van de huidige toren dateert nog uit deze periode.

De gotische kerk 1275-1550

Omstreeks 1275 wordt de bouw van de gotische kerk aangevat. Men begon met het hoogkoor, geïnspireerd op de kathedraal van Doornik. Na een derde brand in 1358 groeit de kerk geleidelijk aan uit tot een driebeukige basilicale kruiskerk met een transept, een vierzijdige toren aan de westkant en een koor.

  • Jan van de Poele bouwde van 1480 tot 1502 de kooromgang en vijf kranskapellen in Brabantse laatgotiek. Door deze uitbreiding ontstond een ongewone verhouding tussen de delen van het gebouw. Het koor, de kruisbeuken en de kooromgang met kranskapellen, nemen meer dan de helft van de oppervlakte in.
  • De totale lengte van de kerk is ongeveer 100 m, de grootste breedte 52 meter, de toren is bijna 80 meter hoog. Het driebeukige schip is vier traveeën diep. In de loop der eeuwen werden nog verschillende kapellen aangebouwd: de Sint-Jacobskapel, de Schoenmakerskapel, de Droogscheerderskapel en de Kousseschepperskapel.
  • Naast de kranskapellen in de noordelijke kooromgang bevinden zich nog twee kleinere kapellen: de Heilige Katharinakapel (of ook de Wagenmakerskapel genaamd) en de kapel van Jan de Deckere of de Livinuskapel.
  • De typisch gotische verticaliteit vinden we zowel in het schip, het transept als in het koor terug: een drieledige opstand bestaande uit een spitsbogenarcade op bundelpijlers, een triforium en spitsboogvensters. De hoogte van 28 m van de middenbeuk is eerder uitzonderlijk voor onze gewesten.

Zestiende tot achttiende eeuw

In het laatste kwart van de 16de eeuw heeft de kerk erg te lijden onder de Beeldenstorm en wordt veel kerkmeubilair beschadigd. In de loop van de 17de eeuw krijgt het interieur onder invloed van de Contrareformatie een barokke aankleding.

Onder het Franse Revolutionaire Bewind wordt de Sint-Salvatorskerk openbaar verkocht (1799) en door parochianen opgekocht. In 1801 wordt ze terug heropend. Intussen werd het bisdom Brugge afgeschaft en de voormalige Sint-Donaaskathedraal gesloopt.

De negentiende eeuw: kathedraal en neogotiek

In 1834 richt men het bisdom Brugge terug op en verheft men de Sint-Salvatorskerk tot kathedraal. Na de zware brand van 1839 besluit men om de middeleeuwse toren te verhogen. Er komt een neo-romaanse torenbekroning naar ontwerp van de Engelse architect Robert Dennis Chantrell en de Brugse architect Pieter Buyck. In januari 1872 werd dit voltooid met een koperen torenspits.

In de tweede helft van de 19de eeuw ondergaat de Sint-Salvatorskathedraal veel invloed van de neo-gotiek onder impuls van architect Jean Bethune. De kathedraal werd volledig in deze stijl herschilderd en heraangekleed. Deze beschildering is nog gedeeltelijk te zien in het koor en de kooromgang. Ook de talrijke glasramen dateren zo goed als allemaal uit deze periode.

Twintigste en eenentwintigste eeuw

In 1935-1936 wordt het doksaal verplaatst van het hoogkoor naar zijn huidige plaats achteraan de kathedraal. Dit gebeurde onder impuls van bisschop H. Lamiroy (1931-1952). Kort daarna werd de kathedraal bij Koninklijk Besluit van 25 maart 1938 beschermd als monument.

De kathedraal werd volledig gerestaureerd tussen 1987 en 2017:

  • Bij de buitenrestauratie werden de toren, alle daken en alle gevels aangepakt. Dit titanenwerk werd in 2009 afgerond.
  • De binnenrestauratie, van 2010 tot 2017, bestond uit het herstel van de muren en gewelven, schilder- en pleisterwerken, restauratie van de muurschilderingen en gemaroufleerde doeken, restauratie van de vaste stenen, metalen en houten inrichtingen en ook van alle gebrandschilderde ramen.
  • Ondertussen werden ook de technieken (elektriciteit en verlichting) aangepakt en werd de kathedraal voorzien van een moderne branddetectie.
  • Heel wat schilderijen werden vakkundig gerestaureerd en de befaamde reeks wandtapijten onderging een conservatiebehandeling in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel.

Orgel in restauratie

Het orgel wordt momenteel in zijn oorspronkelijke toestand gerestaureerd en verhuist vervolgens naar de ingang van de zuidelijke kooromgang. Op de plaats waar het orgel tot augustus 2019 stond (doksaal) komt een volledig nieuw orgel. De werken startten in 2019 en zouden voltooid zijn eind 2021.

Kapittel

Sedert de Middeleeuwen was er aan de Sint-Salvatorskerk een belangrijke groep van clerici verbonden die instonden voor de kerkdiensten. Ze verenigden zich in een confraternitas chori en verzorgden het koorofficie in het laatgotische koorgestoelte.

Pas in 1501 werd een kapittel van kanunniken opgericht en werd Sint-Salvators een kapittelkerk. Dit kapittel werd met de Franse overheersing opgeheven (1799), maar bij de verheffing van de Sint-Salvatorskerk (1834) tot kathedraal werd de traditie verdergezet.

Het kapittel staat de bisschop bij in zijn bestuurstaken en komt iedere vrijdagmorgen bijeen voor de kapittelmis in de kaptittelkapel in de kathedraal.

Van kapittelgebouw naar Schatkamer

De kanunniken beschikten over een kapittelgebouw dat in 1838 opgetrokken was tegen de zuidbeuk van de kathedraal. Dit complex werd in 1912 afgebroken en vervangen door een nieuw en groter neogotisch gebouw (1916). Het geheel werd opgevat als een kloosterpand met drie pandgangen en enkele gebouwen rond een binnentuin.

In 2002 werd deze aanbouw omgevormd tot een volwaardige museale Schatkamer die een onderkomen biedt voor de kostbaarste kunstwerken van de kathedraal:

  • Bezoekers lopen er door zo’n 13 eeuwen kunstgeschiedenis, van vroeg-romaans tot neogotisch.
  • Onder meer zijn er werken van Dirk Bouts, Hugo van der Goes en Pieter Pourbus te zien.
  • Behalve schilderkunst toont het museum ook koperen grafplaten, beeldhouwkunst, ivoorsnijwerk, handschriften, textiel, meubilair en edelsmeedwerk.